Sponsors Kim & Koen bezoeken Dita

Bezoek aan mijn sponsorkind: een inkijkje in het leven van m’n penvriendin

Ik riep het al jaren: “Mocht ik ooit in de buurt van Indonesië zijn, dan ga ik Dita opzoeken.” Dita is het inmiddels 15-jarige meisje dat ik al sinds 2014 sponsor. En hoewel ik eigenlijk niet verwachtte dat ik ooit eens “in de buurt van Indonesië” zou zijn (want wanneer ben je dat nou?), bleef ik dromen van een bezoek aan Dita en haar familie.

Maar ach, een paar keer in je leven komen dromen wél uit. Ergens in het voorjaar van 2018 maakten mijn vriend Koen en ik plannen voor een roadtrip door Australië. En de vermoeiende, onaantrekkelijke twintig-urige vlucht die daaraan vooraf zou gaan, bleek het perfecte excuus voor een tussenlanding op Bali om Dita te ontmoeten. Eindelijk, na al die jaren en na de ongeveer 150 mails die we naar elkaar verstuurd hebben sinds ik haar sponsor.

Even wat achtergrondinformatie: 150 e-mails, dat zijn er waarschijnlijk meer dan gemiddeld, maar ik moet toegeven dat Dita en ik inmiddels echt een soort penvriendinnen zijn. Haar Engels is supergoed en ze is enorm nieuwsgierig naar andere culturen. We mailen elkaar nogal alledaagse verhalen: over school, werk, familie, sport, de studieplannen die we allebei hebben… Eigenlijk de onderwerpen die in elk denkbare vriendschap op deze planeet aan bod komen, behalve dan dat die van ons is gebaseerd op e-mails in plaats van koffieafspraken en lunches.

Oktober 2018 vlogen Koen en ik dan eindelijk naar Indonesië om Dita te ontmoeten. En ik moet toegeven: ik was best een beetje zenuwachtig. Zou de klik die we online hebben, er ook wel in het echt zijn? Wat als er stiltes zouden vallen? Zouden we last krijgen van het leeftijdsverschil en culturele verschillen? Wat als ze Koen niet aardig zou vinden? Gelukkig merkte ik al zodra we elkaar zagen dat die zorgen echt nergens voor nodig waren. We knuffelden elkaar, gaven cadeautjes, begonnen te kletsen (had ik al gezegd dat haar Engels supergoed is?) en we zijn niet gestopt met praten tot het einde van ons bezoek, twee dagen later.

Dankzij de taxi die we via de yayasan hadden geregeld, kon Dita ons rondleiden in haar omgeving: haar school, haar favoriete chillplekken, het strand, haar moeders werk, haar oma in het rijstveld… We hadden bewust gevraagd of zij onze gids wilde zijn en dat deed ze geweldig. Ze nodigde ons zelfs uit bij haar thuis en bij haar familie: absoluut het hoogtepunt van ons bezoek. Haar ouders gaven ons te eten en drinken (kokosmelk vers uit de boom!), haar grootouders kwamen langs en zelfs Dita’s schattige zusje Nopia (10) kwam buurten.

In die twee dagen hebben we ook Ibu Ketut ontmoet, de manager van de yayasan in Samsaman (we bleven daar slapen). Verder leerden we de vrijwilligers kennen en Intan, de lokale docent Engels van Stichting WINS. Het was indrukwekkend om te zien hoe ongelooflijk veel werk ze allemaal doen, elke dag opnieuw, om ervoor te zorgen dat de WINS-kinderen het beste uit zichzelf halen. Dita heeft niet alleen thuis een familie, maar ook op de yayasan.

Ons tweedaagse bezoek voelde alsof alle puzzelstukjes ineens op z’n plek vielen: ik heb Dita’s leven nu niet alleen gelezen in haar e-mails, maar ook zelf ervaren. Dat maakt onze mailwisselingen nog leuker. En belangrijker nog: zo’n inkijkje in haar leven maakt je ook nederig. Van Dita’s ambities, vrolijkheid en doorzettingsvermogen kan iedereen in Nederland nog een hoop leren, zeker gezien haar situatie. En ik ben er oprecht trots op dat ik haar tot mijn vrienden mag rekenen.

Kim en Koen